Eind oktober 1993 liep Michael Jordan het kantoortje van zijn baas Jerry Reinsdorf binnen. De beste basketballer ter wereld moest iets belangrijks vertellen aan de eigenaar van de Chicago Bulls. De mededeling was kort. Jordan had er geen zin meer in en wilde stoppen. Reinsdorf schrok en vroeg wat hij ging doen. Honkballen, zei Jordan. Hij ging honkballen.
Tag: Honkbal
Smell Baseball
Ervin Santana is echt volstrekt normaal. Hij lijkt alleen een beetje in de war omdat hij de hele tijd aan ballen wil ruiken. Smell Baseball noemt hij dat. De Twins-pitcher heeft speciaal een clip opgenomen om uit te leggen wat dat betekent. Het is allemaal heel simpel: “Ruiken aan een honkbal is houden van honkbal”, zegt Santana. Snuivend aan een bal denkt hij aan vers gemaaid gras, hotdogs op de grill, pinetar op houten knuppels, modder en de geur van poederige katoenen harszakjes.
Moddermannetje
Modder. Wat heb je er aan? Het is slijmerige drab en je krijgt er vieze handen van. Toch, je verzint het niet, zonder twee emmertjes chocoladebruine modder wil geen enkele Major League club het seizoen beginnen. Dan hebben we het niet over zo maar ordinaire bagger, nee het gaat hier om magische modder.
Que sera, sera
Que sera, sera van Doris Day uit 1956 klinkt als een vrolijk en simpel liedje. Niks bijzonders eigenlijk. Het gaat over een vrouw die graag haar toekomst wil weten, snapt dat dat onmogelijk is en als les meekrijgt dat het leven je overkomt: whatever will be, will be.
Jack ‘Lucky’ Lohrke had niet zo veel met de muziek, maar juist de tekst raakte de oud-honkballer. “Ik ben een fatalist. Ik geloof in het oude liedje, dat wat er ook gebeurt, zou gebeuren”, bekende hij op zijn zesenzestigste al mijmerend over zijn leven.
Buckner’s schoonfamilie
Lachend zet Bill Buckner in maart 2014 zijn handtekening op een foto. Als hij klaar is plaatst Mookie Wilson ook een krabbel. Op het plaatje staat Buckner met een handschoen hangend aan zijn arm achter het eerste honk. Verderop stuitert een bal in het outfield. Wilson rent naar het honk en is er bijna. De grootste blunder van Buckner vastgelegd in één beeld. Een misser die het hele leven van de oud-speler van de Red Sox volledig op zijn kop zette.
Careless Whisper
Josh Reddick is een stoere gast. De outfielder van de Athletics heeft tatoeages, lange sliertige haren en een pluizige baard. Hij gaat in zijn vrije tijd het liefst naar Amerikaans show-worstelen, is goed bevriend met een paar van die vechters en droomt stiekem zelf ooit een keer in de ring te staan.
Honkbalgek
Ergens op een klein boerderijtje in een afgelegen dorpje in Kansas vulde Charles Victor Faust in het voorjaar van 1911 zijn uren met dagdromen. Turend over de tarwevelden dwaalden zijn gedachten telkens af naar de Major League. In zijn fantasie zag hij zichzelf op de heuvel staan en zijn club naar de titel gooien. Een droom die hij deelde met honderdduizenden Amerikaanse jongetjes.
Soundgarden en Ty Cobb
Een ongelofelijke ‘hardcore pissed-off idiot’. Over zo’n figuur wilde Chris Cornell eind 1995 nu eindelijk wel eens een liedje schrijven. De zanger van Soundgarden had in zijn leven genoeg van die types gezien en zich altijd kapot geërgerd. Aan hoe die agressieve gasten kwaad op iedereen, soms wild om zich heen mepten. Die ergernis moest hij nu maar eens op papier zetten vond hijzelf.
Honkbalvrouwen
Als first lady Michelle Obama je via twitter feliciteert, iedere talkshow in Amerika je graag wilt hebben en het beroemde blad Sports Illustrated je vol op de cover zet, hoef je niet meer te twijfelen aan jezelf. Dan heb je iets heel bijzonders gedaan. Had Mo’ne Davis ook. Het 13-jarige meisje gooide afgelopen zomer een shut-out in de Little League World Series en gebruikte daarbij een fastball van 70 mijl per uur.
Tulowitzki’s tekens
Troy Tulowitzki zei het niet hardop, maar de kortestop van de Rockies had eind mei even goed de balen van honkbalverslaggevers. Sloeg hij in thuiswedstrijden mooi dik boven de .500 begonnen ze ineens te zeuren.
“Ik zweer je dat hij de tekens weet”, zei commentator Mike Krukow. “Echt niet dat je zo goed kan slaan. In één weekend, okay. Maar voor zes weken, dat is bezopen… Ik zeg het maar even.”









