Que sera, sera

image

Que sera, sera van Doris Day uit 1956 klinkt als een vrolijk en simpel liedje. Niks bijzonders eigenlijk. Het gaat over een vrouw die graag haar toekomst wil weten, snapt dat dat onmogelijk is en als les meekrijgt dat het leven je overkomt: whatever will be, will be.

Jack ‘Lucky’ Lohrke had niet zo veel met de muziek, maar juist de tekst raakte de oud-honkballer. “Ik ben een fatalist. Ik geloof in het oude liedje, dat wat er ook gebeurt, zou gebeuren”, bekende hij op zijn zesenzestigste al mijmerend over zijn leven.

Dat Lohrke geloofde in het lot is niet zo heel gek, als je bedenkt dat hij liefst zeven keer aan de dood ontsnapte.

In 1942 overleefde hij een treinongeluk. Net opgeroepen voor dienstplicht zat hij samen met een paar soldaten in een ontsporende wagon. Drie vonden de dood en nog een paar raakten ernstig verbrand van kokend water dat door het treinstel klotste. Lohrke had geen schrammetje.

Twee jaar later bestormde hij op D-day met duizenden de stranden van Normandië en denderde in één beweging door naar de Ardennen voor één van de bloedigste veldslagen uit de Tweede Wereldoorlog. De Geallieerden verloren daar in België ruim 19.000 soldaten. Vier keer zag Lohrke in gevechten hoe zijn medesoldaten stierven en hij als enige overbleef.

Na afloop van de oorlog vloog Lohrke naar huis. Wachtend in New Jersey na een tussenlanding marcheerde een kolonel het toestel binnen en tikte Lohrke op zijn schouder. “Ik moest plaatsmaken voor zo’n opschepper met een grote bek”, mopperde Lohrke. Lang boos was hij niet, want nog geen uurtje later stortte het vliegtuig neer in Ohio. Niemand overleefde de crash.

Lohrke speelde in 1946 in de Minors en zat hij op een regenachtige dag met de rest van de Spokane Indians in de bus op weg naar Seattle. Het team stopte ’s avonds voor een maaltijd en in het restaurant lag een briefje voor Lohrke. De clubeigenaar had gebeld met het nieuws dat hij werd gepromoveerd naar het triple-a team.

Hij regelde een lift terug, zwaaide zijn teamgenoten uit en keek hoe de bus de bergen in reed. Een half uur later moest het voertuig uitwijken voor een tegenligger, ramde de vangrail, stortte in het ravijn en de gastank explodeerde. Negen spelers overleden ter plekke. “Ik heb mij vaak afgevraagd hoe de clubeigenaar wist dat we daar zouden stoppen. Dat was zuiver het lot.”

Lohrke sprak zelden over zijn verleden. “Mijn vader wilde geen helden in de familie.” En hij had een hekel aan zijn bijnaam ‘Lucky’. “Het was geen geluk. Ik heb alleen nog nooit pech gehad. Dat is alles.”

Lohrke haalde de Major League en speelde bij de New York Giants en de Philadelphia Phillies (1947-1953). Hij leefde een vol leven, kreeg zes kinderen, tien kleinkinderen en zeven achterkleinkinderen. In 2008 stierf hij op 85-jarige leeftijd aan een beroerte.

Que sera, sera.

Gepubliceerd in Fastball Magazine Februari 2015 (nr. 11)
Tekst © honkbalopzolder
Foto: Lorena Buena