Centerfield

Begin 2010 nam John Fogerty op een middag achteloos zijn telefoon op. Aan de andere kant van de lijn stelde een honkbalbobo zich voor. Ze wilden zijn liedje ‘Centerfield’ opnemen in de Hall of Fame. Of Fogerty de klassieker ook even wilde spelen bij een speciale ceremonie in Cooperstown.

“Ik vroeg mij af of ik het wel goed had gehoord”, stamelde de zanger. “Het kwam compleet als een verrassing. Ik dacht even dat kan mijn kleine brein allemaal niet aan.”

De song van Fogerty is zijn eerbetoon aan honkbal. Hij groeide op in Californië en was altijd een groot fan van de sport geweest. “Toen ik klein was waren er geen Major Leagueteams aan de Westkust. Dus een MLB-club was mythisch en de spelers waren helden.”

De kleine John luisterde aandachtig naar de verhalen van zijn vader en broer over Yankee-centerfielders Joe DiMaggio en Mickey Mantle. “Ik kreeg het gevoel dat de centerfielder de koning was, het hoofd van de stam, de meest speciale van allemaal. Centerfield moest wel een bijzondere plek zijn. Zeker in Yankee Stadium, dat leek wel het centrum van het universum.”

In 1958 verhuisden de Giants van New York naar San Francisco en kon John eindelijk de honkbalsterren in het echt zien. “Mijn favoriete speler was centerfielder Willie Mays. Met mijn broertje ging ik naar het stadion en zat ik op de tribune vlak achter hem. We schreeuwden ‘Hey Willie, we zitten hier’. We dansten en sprongen. Bij de zevende inning draaide Mays zich eindelijk om. Ik weet niet zeker meer wat hij precies deed, maar volgens mij zwaaide hij heel even. We waren in de zevende hemel.”

In 1985 besloot Fogerty een song te schrijven over honkbal, zijn eerste grote jeugdliefde. De tekst stelde hij samen met zinnetjes die hij vroeger vaak gebruikte of hoorde. Zoals de zin waarmee het liedje beroemd werd ‘put me in coach, i’m ready to play.’ Als jongetje lag hij regelmatig languit voor de televisie en zag hoe teams werden ingemaakt. Hij identificeerde zich dan meestal met de rookies die ongeduldig in de dug-out zaten te wachten tot ze er eindelijk eens in mochten. “Als de bankzitters in beeld kwamen schreeuwde ik naar de TV: ‘put me in coach!’

Het liedje is uitgegroeid tot een klassieker en overal in honkbalstadions ter wereld hoor je ergens tussen de innings wel een keertje de kenmerkende start met handgeklap, het gitaarloopje en de knauwende stem van Fogerty.

Op een bewolkte julidag in 2010 in Cooperstown bij de Hall of Fame ceremonie kreeg de song nog een extra lading. Fogerty stapte met een gitaar in de vorm van een honkbalknuppel om zijn nek het podium op. Gekleed in een spijkerbroek, houthakkershemd en met opgestroopte mouwen speelde hij zijn ‘Centerfield.’ Achter hem zaten Hank Aaron, Cal Ripken junior en Willie Mays mee te luisteren. Eenmaal klaar vroeg hij aan de organisatie of het goed was of hij iets mocht zeggen. Dat mocht.

“Toen ik dit liedje schreef was het min of meer de tekst van een 8-jarig jochie dat dank-je-wel zegt tegen honkbal voor alle plezier en inspiratie dat het mij heeft gegeven”, glunderde Fogerty. “Dat 8-jarige jochie van toen zegt nu: mooier dan dit wordt het niet.”

Gepubliceerd in Fastball Magazine nummer 7, (september 2017)
Tekst © honkbalopzolder
Foto: Jim Ellwanger
(Gitaar waarmee Fogerty bij Hall of Fame ceremonie speelde)