Take me out to the ballgame

image

Zittend in de metro deed Jack Norworth die lenteochtend in 1908 zo’n beetje wat iedereen in het openbaar vervoer doet. Hij staarde verveeld uit het raam. De liedjesschrijver kende het traject nou wel en dommelde weg. Langzaam trok New York aan hem voorbij.

Tussen de vertrouwde gebouwen en straten zag Norworth ineens een groot reclamebord met de tekst: ‘Baseball Today Polo Grounds.’ Hij veerde op. Jack was nog nooit bij een honkbalduel geweest, maar direct schoten een paar regels door zijn hoofd. Vlug pakte hij een envelop uit zijn zak en krabbelde wat woorden op een rij. Een kwartiertje later was hij klaar. Een song over een meisje dat heel graag een wedstrijd wil zien. ‘Take me out to the ballgame. Take me out to the crowd. Buy me some peanuts and Cracker-Jacks. I don’t care if I ever get back.’

Eenmaal thuis schaafde Norworth de tekst, ging naar de studio en samen met muzikant Albert van Tilzer en zanger Edward Meeker nam hij het liedje op. Het werd gelijk een hit, maar het duurde nog wel even voordat het nummer voorgoed aan honkbal zou blijven kleven.

In de Major League werd de song pas in de jaren zeventig echt bekend bij de White Sox. Telkens als de organist het liedje speelde zong stadionspeaker Harry Caray voor zichzelf de tekst. Vol overgave, want zijn microfoon in zijn hokje stond toch uit. Clubeigenaar Bill Veeck zette op een dag stiekem het geluid open en ineens genoot heel het stadion van Caray. Veeck haalde zijn speaker over voortaan te zingen voor publiek. “Toeschouwers denken als ze hem horen ‘dat kan ik beter’ en misschien doen ze dan massaal mee”, zei de eigenaar.

Caray maakte na zijn overstap naar de Chicago Cubs het liedje nationaal populair met zijn enthousiasme. Bij iedere thuiswedstrijd sprong tijdens ‘the seventh inning stretch’ dat vadsige mannetje omhoog, streek zijn witte haren naar achteren, zette zijn karakteristieke grote zwarte bril met dikke glazen recht en ging op de maat van de muziek met zijn armen zwaaien. Hij deed de ramen van zijn commentaarhok wijd open, hing half over de rand en brulde dan samen met 40.000 fans luid het liedje.

Na de dood van Caray in 1998 namen bekende Amerikanen de traditie over bij de Cubs. Acteur Bill Murray, rockzanger Eddie Vedder en basketballer Scottie Pippen stonden bijvoorbeeld op de oude plek van Caray. Iedereen wilde graag langskomen. Niet ieder optreden was even succesvol trouwens. Dieptepunt was het gemummel van Ozzy Osbourne. De oude hardrocker was de tekst helemaal kwijt en kwam niet veel verder dan ‘mu-mu-mu-mu’.

‘Take me out’ is inmiddels al lang veel meer dan een vrolijk liedje. Uit onderzoek blijkt dat Amerikanen het de meest herkenbare song vinden na ‘Happy Birthday’ en ‘Star-Spangled Banner’. De envelop met de eerste regels van Norworth hangt in The Hall of Fame en het nummer is wereldwijd uitgegroeid tot het officieuze honkbalvolkslied. Logisch zou Caray vermoedelijk hebben gezegd. “Het is een lied dat honkbal nog magischer maakt. Het geeft jong en oud de kans om met luide stem voor heel even onderdeel te zijn van de wedstrijd.”

Gepubliceerd in Fastball Magazine nr. 26 (Februari 2017)
Tekst © honkbalopzolder
Foto: Jasperdo
(Oude Metro uit New York met eindbestemming Washington Heights in Manhattan)