Trumps first pitch

image

Barack Obama kon het aardig, Bill Clinton deed het leuk en George W. Bush was zelfs uitstekend. De grote vraag is nu: kan president Donald Trump het ook? Is hij geschikt om net als zijn drie voorgangers een fatsoenlijke eerste ceremoniële pitch te gooien bij een officiële honkbalwedstrijd?

Het zou moeten lukken. Trump heeft dit in het verleden al een paar keer redelijk gedaan. Maar ja, toen was hij alleen nog maar miljonair. Dan maakt het allemaal niet zo veel uit. Wanneer je de belangrijkste man van de wereld bent, staat het zo slordig als je de bal in de grond keilt.

Gelukkig voor Trump kon hij altijd goed honkballen. De kleine Donald speelde het als kind al op straat. Bloedfanatiek natuurlijk. Als het niet ging zoals Donald wilde, dan werd hij razend. Daar weet zijn oude buurjongetje Jeff Bier alles van. Uit woede sloopte Trump een keer de knuppel van Bier. “Hij ramde het hout keihard op de stoep. De knuppel brak, maar denk maar niet dat hij sorry zei.”

Trump hield zoveel van honkbal dat hij op zijn twaalfde een gedicht maakte voor het jaarboek.

‘Ik vind het mooi een juichende menigte te horen
Zoveel lawaai en herrie aan mijn oren
Bij de score 5-5 is het een drama
Met nog een run tegen is het alsof ik doodga
Dan maakt de catcher een error
Niet een beetje zoals Yogi Berra
De wedstrijd is klaar
Morgen opnieuw proberen maar.’ **

Begin jaren zestig op de Militaire Academie bleek hoeveel talent Trump had. “Hij was goed te coachen en accepteerde kritiek”, vertelde oud-instructeur Ted Dobias. “Hij wilde niet beter worden, maar de beste.”

Scouts van de Phillies en de Red Sox zochten hem op. “Het was de bedoeling dat ik prof werd”, zei Trump. “Eerst wilde ik dat graag, maar dat had ook zo zijn beperkingen. In die tijd kon je daarmee geen echt geld verdienen, zelfs niet als je een beroemde honkballer zou worden. Ik speelde eerste honk en catcher. Goed slaan kon ik ook. Ik had gewoon een leuke tijd. Gelukkig besloot ik voor onroerend goed te kiezen.” Zoals Dobias zei: “Hij wilde naar de Universiteit en daarna real money verdienen.”

Als Trump binnenkort ergens op een heuvel staat met een bal in zijn hand zou hij met zijn ervaring zonder problemen de plaat moeten kunnen halen. Van zenuwen heeft hij waarschijnlijk geen last, want zelfvertrouwen heeft hij genoeg. Meer dan genoeg eigenlijk. “Ik heb altijd geweten dat ik goed was. Ik was altijd goed in honkbal. Niet alleen in honkbal, maar in iedere sport. Ik was de beste speler in New York toen ik jong was. Iedereen wilde dat ik prof zou worden. Maar ik was ook goed in andere dingen. Ik kon goed worstelen en was erg goed in football. Ik was altijd goed in sport. Ik was altijd de beste in sport.”

Maar mocht Trump toch nog twijfelen aan zichzelf dan is het belangrijkste advies: de pitch hoeft niet hard, wel zuiver maar gooi vooral niet als een oud wijf zoals oud-president Richard Nixon.

Gepubliceerd in Fastball Magazine nr. 26 (Februari 2017)
Tekst © honkbalopzolder
Foto: Gage Skidmore

** Originele tekst van het gedicht

I like to hear the crowd give cheers, so loud and noisy to my ears,
When the score is 5-5, I feel like I could cry.
And when they get another run, I feel like I could die.
Then the catcher makes an error, not a bit like Yogi Berra.
The game is over and we say tomorrow is another day.