Blass Disease & Sax Syndrome

image

De ‘Steve Blass Disease’ klinkt als een enge ziekte, net als het ‘Steve Sax Syndrome’. Echt ziek word je er niet van, maar als je één van de twee aandoeningen hebt ga je er wel beroerd van honkballen.

Steve Blass en Steve Sax zijn oud-honkballers die plotseling mentaal zo blokkeerden dat alles mis ging in het veld. Bij Blass begon de ellende in 1973. De sterpitcher van de Pirates die de World Series in 1971 winnend afsloot en in 1972 negentien wedstrijden won leek ineens verlamd. Hij kreeg de bal nauwelijks nog fatsoenlijk over de plaat en begin juni waren zijn prestaties zo slecht dat de Pirates hem terugstuurden naar de Minors.

“Het was de ergste ervaring in mijn honkballeven”, zei Blass over die eerste maanden in 1973. “Ik denk dat ik het nooit meer vergeet. Ik schaamde mij en walgde. Je kunt je het gevoel niet voorstellen dat je plotseling geen idee hebt wat je daar doet. Het was beklemmend.”

Blass ging in psychotherapie en waagde zich aan meditatie om zijn angst te beheersen. Niets hielp. “Ik heb alles geprobeerd totdat ik er doodmoe van werd om over te praten.”

De pitcher bleef tot Spring Training 1975 nog wat aanmodderen in de Minors en werd uiteindelijk ontslagen. “Ik zat op de bodem van de put. Het was vernederend, want ik snapte gewoon niet waarom dit gebeurde.”

Steve Sax was de eerste bekende veldspeler met dezelfde soort problemen als Blass. De tweede honkman van de Dodgers leek begin jaren tachtig compleet te hebben vergeten hoe hij naar het eerste honk moest gooien. Het begon met een simpele actie die fout afliep waardoor de Dodgers verloren. “Het ging in mijn systeem zitten en ik kon het niet meer van mij afzetten. Ik liet angst en twijfel in mijn hoofd en het was voorbij.”

Zijn worpen zeilden alle kanten op. Fans van de tegenpartij gingen achter het eerste honk zitten en deden pesterig helmen op hun hoofd. Teamgenoten raakten het vertrouwen in Sax kwijt. Outfielder Pedro Guerrero moest een keer uit nood op derde honk staan en onwennig op die positie was zijn eerste gedachte; ik hoop niet dat ze de bal naar mij slaan. Zijn tweede gedachte; ik hoop niet dat ze de bal naar Sax slaan.

Opmerkelijk genoeg lukte het Sax zijn problemen te overwinnen. Dat kwam door zijn vader. John Sax was een harde kerel die opgroeide in de crisisjaren. Hij was onaardig, regeerde thuis met ijzeren vuist en praatte nooit over gevoelens. “Bij hem leek filmacteur John Wayne een mietje”, zei Steve.

Op zijn sterfbed vertelde John zijn zoon dat ook hij ooit problemen met gooien had gehad. Geëmotioneerd gaf senior Steve een klemmend advies. Het probleem moet je stukje bij beetje oplossen. Voorzichtig moet je je vertrouwen weer opbouwen door voortdurend dingen opnieuw te doen. Zes uur later stierf John. Steve was onder de indruk dat zo’n harde man zo kwetsbaar kon zijn. Sax werkte hard, herstelde, stapte over naar de Yankees, werd gekozen in het All-Star Team en had in 1989 het beste fieldingspercentage en de meeste dubbelspelen in de American League.

Later sprak Steve met zijn moeder over wat zijn vader vlak voor zijn dood had gezegd. “Jouw vader heeft helemaal geen gooiproblemen gehad”, zei zijn moeder verbaasd. Sax: “Hij had gelogen. Hij wilde niet dat ik faalde, dus loog hij. Hij redde mij op zijn sterfbed en het veranderde mijn leven.”

Blass werd honkbalcommentator. “Het lukte mij uiteindelijk negatieve gedachten om te zetten in positieve. Ik gooide daarna een keer een demonstratiewedstrijdje en dat ging heel goed. Ik was zo blij dat ik de bal over de plaat kreeg en won een beetje van het pitch-plezier terug.”

Blass en Sax waren niet de eerste honkballers met mentale problemen, maar wel de eerste twee waar uitvoerig over werd geschreven en gesproken. Ze zijn daardoor voorgoed gelabeld. Iedere honkballer die om onverklaarbare redenen ineens niks meer presteert krijgt het stempel ‘Blass Disease’ of ‘Sax Syndrome’.

De twee zijn zo beroemd dat schrijver Chad Harbach hun geschiedenissen als uitgangspunt voor een roman gebruikte. In de bestseller ‘The Art of Fielding’ ontspoort de jonge talentvolle kortestop Henry nadat hij een eenvoudige aangooi compleet verprutst.

In dit boek is er ook geen enkele verklaring waarom het misging, maar Harbach komt dicht in de buurt als één van de hoofdpersonen beschrijft hoe meedogenloos honkbal kan zijn: “Als jouw moment komt moet je klaar zijn, want als je het verpest, zal iedereen weten wiens fout het was. Welke andere sport houdt de statistiek bij van zoiets wreeds als een error en zet het nog op een scorebord ook zodat iedereen het kan zien?”

Gepubliceerd in Fastball Magazine September 2015 (nr. 16)
Tekst © honkbalopzolder
Foto: Peter Roan