Ssst, niks zeggen

image

Sommigen vinden dat Craig Kimbrel er op de heuvel bij staat als een krab. Ik denk eerder aan een aalscholver die zijn vleugels probeert te drogen in de zon.

De closer van de Braves buigt voor iedere pitch zijn bovenlichaam naar voren, tuurt naar de catcher en spreidt zijn armen. Zijn rechteronderarm hangt daarbij slapjes. Het helpt Kimbrel bij zijn concentratie en wie weet komt hij zo extra stoer over. Maar ja, dan moeten supporters zijn gimmick niet ineens in de zeik gaan nemen.

Zondag gooide de closer uit bij de Phillies en iedere keer bij zijn wind-up sprongen achter de thuisplaat tientallen fans omhoog met hun armen gespreid. Kimbrel leek van slag en plotseling gingen een paar ballen alle kanten op.

Het kan lastig zijn voor een speler als het publiek je moet hebben. Vorig seizoen was Johnny Cueto van de Reds aan de beurt in Pittsburgh. Tijdens de Wild Card wedstrijd tegen de Pirates riep het hele stadion pesterig ‘Cueeeee-to, Cueeeee-to, Cueeeee-to!’ De pitcher liet van schrik de bal vallen, gooide daarna een makkelijke pitch die Russell Martin direct over het hek timmerde. Nog steeds klonk het ‘Cueeeee-to, Cueeeee-to!’ Met grote ogen stond Cueto te kijken, wreef over zijn baard en hield het uiteindelijk amper drie innings vol.

Na afloop vertelde Cueto dat hij geen last had van de spreekkoren. Natuurlijk niet. Hij zou wel gek zijn. Voor je het weet echoot bij iedere uitwedstrijd je naam van de tribunes.

Darryl Strawberry van de Mets kreeg tijdens de World Series in 1986 de toeschouwers van de Red Sox op zijn nek. De outfielder hoorde in Fenway Park minutenlang sarrend ‘Daaaaa-ryll, Daaaaa-ryll, Daaaaa-ryll’. De pas 24-jarige Strawberry keek onzeker uit zijn ogen en zat zich op te vreten. Hij was zo onhandig zich om te draaien en met zijn pet te wapperen. Voor het publiek werd het daarna alleen maar leuker zijn naam te roepen.

Later toen hij met de Yankees in 1995 Fenway bezocht gingen de toeschouwers opnieuw tekeer en kwam Strawberry terug op die oktoberdagen in 1986. “Ik dacht eerst dat ze gek waren. Het klonk zo raar.” Snel zei hij ook maar dat hij er wel van hield als mensen zijn naam scandeerden en het hem beter maakte.

Pedro Martinez kreeg juist het Yankee-publiek over zich heen. De pitcher van de Red Sox werd in september 2004 twee keer door de Yankees van de heuvel geslagen en zei op een persconferentie: “Wat moet ik zeggen? Ik neem mijn pet af en noem de Yankees my Daddy.” Tijdens de American League Champion Series zong heel Yankee Stadium ‘Who’s your Daddy? Who’s your Daddy’. Weer verloor Martinez.

Als Kimbrel pech heeft, zijn supporters nu op een idee gebracht en staart hij voortaan iedere wedstrijd naar een paar idioten met gespreide armen. Dan zal hij vast zeggen dat het hem allemaal niks doet en hij er alleen maar beter van gaat spelen. Ondertussen hopend dat het vanzelf ophoudt.

Kimbrels geluk is dat mensen pas op de laatste dag van het seizoen bij een wedstrijd van niks op het idee kwamen hem te imiteren. Met een beetje mazzel is het publiek het daarom al lang weer vergeten als het april is. Voor iedereen die Kimbrel een handje wil helpen: ssst, nou niks meer zeggen.

Gepubliceerd op Sport Amerika
Tekst © honkbalopzolder
Foto: LWYang