Haaien, Ezels en Pino

image

De Cubs ruilden Shark op zaterdag met de Athletics voor een paar spelers en twee dagen later maakte The Shark bekend een contract te hebben getekend bij de Dodgers. Dat klinkt verwarrend, maar dat is het niet. Het gaat namelijk niet om dezelfde honkballers. De ene Shark is pitcher Jeff Samardzija en de ander Roger Bernadina.

Hoewel ze alle twee dezelfde bijnaam hebben klinkt die van Bernadina toch een stuk stoerder. De Nederlander kreeg hem van fans omdat hij in het outfield als een haai loerde op de bal en dan razendsnel toesloeg. Vaak ook nog met een spectaculaire duik.

Bij Samardzija is het allemaal minder poëtisch. Een teamgenoot in College riep op een dag: ‘Hé, jij lijkt op ‘Bruce’ de vegetarische haai uit Finding Nemo!’ En hop, vanaf dat moment heette Samardzija Shark.

Zo snel kan het gaan. Als je niet oppast zit je de rest van je carrière aan een malle nickname vast. Zo leek Pablo Sandoval volgens Barry Zito op de dikke tekenfilmheld The Kung-Fu Panda. Mark Fidrych noemden ze The Bird, omdat hij met zijn volle krullenbol er uit zag als Pino van Sesamstraat en Chris Sabo heette Spuds naar een bebrild hondje uit een bierreclame.

Hele grote honkballers hebben hun naam soms te danken aan één simpele actie. Legende Shoeless Joe Jackson (1908-1920) voelde zijn nieuwe schoenen zo knellen en kon van de blaren niet meer lopen. Hij besloot ze aan de kant te smijten en op zijn sokken verder te honkballen. Terwijl hij over het gras rende schreeuwde een toeschouwer: ‘You shoeless son-of-a-gun, you!

Sommige bijnamen hoef je nauwelijks uit te leggen. Tweede honkman Pat Creeden noemden ze Whoops om zijn geklungel en als je Ron Cey zag sprinten snap je waarom hij de Pinguin heette. Bij Big Donkey Adam Dunn van de White Sox is het weer minder duidelijk. Die naam heeft hij of omdat hij als een grote ezel over het veld stiert, of omdat teamgenoten zich ooit rot schrokken toen ze onder de douche zagen wat hij tussen zijn benen heeft hangen.

Bijnamen hebben vaak met prestaties te maken. Of beter gezegd nog met het gebrek aan prestaties. Eerste honkman Dick Stewart werd bekend als Dokter Strangelove, de hoofdfiguur uit de gelijknamige cultfilm die de wereld wilde veroveren. Strangelove werd daarbij hinderlijk in de weg gezeten door zijn oncontroleerbare arm die alle kanten op zwiepte.

Mitch Williams noemden ze Wild Thing. De reliever gooide hard, maar had heel veel moeite met zijn controle. “Mitch heeft meer mensen een walk gegeven dan een blindengeleidenhond”, schreef een columnist. Dat vond Williams zelf ook: “Ik gooi alsof mijn haar in de fik staat.” Williams zag Wild Thing uiteindelijk maar als een geuzennaam. “Het is beter dan dat ze je een lummel noemen.”

Outfielder Johnny Dickshot (1936-1945) zou vermoedelijk nooit zo hebben gedacht als Williams. Zijn echte naam klonk al als die van een tweederangs pornoacteur, maar dan noemden ze hem ook nog eens Ugly. Ga daar maar eens overheen. Het is trouwens niet bekend wat Johnny nou erger vond: zijn achternaam of zijn bijnaam.

Gepubliceerd op Sport Amerika
Tekst © honkbalopzolder
Foto: Keith Allison
(Roger Bernadina, the Shark)