Wrigley: Tijd voorbij laten gaan

image

“Mochten ze ooit besluiten Wrigley Field op te blazen en ze zoeken nog iemand om op het knopje te drukken dan wil ik het wel doen”, zei Lance Berkman kort geleden. De pas gestopte outfielder van onder meer de Astros en Cardinals is nooit onder de indruk geweest van het oude stadion in Chicago dat in april precies honderd jaar bestaat. “Natuurlijk is het best bijzonder om te honkballen op een veld waar ook Babe Ruth heeft gespeeld. Maar echt, wat voor geschiedenis heeft het stadion nou eigenlijk? Het is niet alsof daar de ene na de andere titel is gewonnen.”

Berkman heeft daarmee wel een beetje gelijk. De Cubs die in 1916 hun eerste seizoen in het toen geheten Weeghman Park speelden, hebben sindsdien drie keer de World Series verloren. Ze wachten al vanaf 1909 op de titel en staan daarmee het langste droog van alle Amerikaanse sportclubs.

De Cubs blinken al heel lang uit in pijnlijk verliezen, zeker nadat Billy Sianis in 1945 de Cubs en het stadion vervloekte. Sianis wilde met zijn geit de finale tegen de Tigers bezoeken, maar werd geweigerd en riep dat de Cubs nooit meer de World Series zouden winnen. Alles hebben ze geprobeerd om de vloek op te heffen. Monniken hebben gebeden, exorcisten probeerden met rituelen de vloek te verdrijven en zelfs de kleinzoon van Sianis heeft met een geit over het veld gelopen. Niets hielp en de club heeft er de weinig charmante bijnaam de lovable losers aan overgehouden.

Maar waarom hebben dan toch veel fans en spelers ondanks het gebrek aan succes hun onvoorwaardelijke liefde aan Wrigley verklaard? Dat komt vooral door het oude nostalgische karakter. “Er zijn twee stadions die nooit zijn veranderd: Fenway (Boston Red Sox, red.) en Wrigley”, zei oud-Cub Mitch Williams. “Het zijn twee little-league parkjes waar water over heen is gegoten en die zijn uitgegroeid tot big-league parken.”

Het stadion heeft zijn karakter mede behouden door de locatie. Gebouwd in 1914 midden in een oude volkswijk op de plek van een kweekschool voor priesters, kon het park nooit uitbreiden wegens ruimtegebrek. Ook bleef de club lange tijd als enige overdag spelen, omdat Chicago avondwedstrijden verbood wegens overlast. Pas in 1988 werden lichtmasten geplaatst voor een beperkt aantal duels in de avond.

Cubs-icoon Ernie Banks noemde Wrigley ‘the friendly confines’, vanwege de unieke sfeer en uitstraling. Een dikke laag groen klimop hangt tegen de outfieldmuur, een reusachtig scorebord wordt nog altijd met de hand bediend en in de straten rondom het veld werden in de loop van tijd tribunes op de daken neergezet zodat het stadion groter lijkt dan het is.

Over de lagere tribunes blaast de wind en die verandert soms per minuut van richting zodat pitchers voortdurend moeten checken welke kant de vaantjes opwaaien. En als de wind goed staat kunnen de meeste buurtbewoners op zomerse dagen met open ramen de geluiden van de menigte opvangen.

De fans zijn hondstrouw en zo loyaal dat ze homerunballen van de tegenstander gewoon terug het veld in gooien. Een supporter begon die traditie in 1969 nadat hij een bal op het gras smeet met de woorden: “Wij willen hier geen stinkende vijandelijke ballen!”

En er kleeft echt wel historie aan het stadion. Ruth maakte er bijvoorbeeld zijn vermeende ‘called shot’. In de World Series van 1932 zou de Yankee voordat hij een homerun sloeg eerst hebben gewezen naar de plek waar de bal uiteindelijk belandde. Kerry Wood gooide twintig strikeouts in negen innings, Pete Rose evenaarde het record van meeste hits ooit en Banks sloeg er zijn vijfhonderdste homerun.

De meeste supporters verwachten niet dat ze ooit nog meemaken dat hun club de World Series wint. Hoewel ze er stiekem altijd van zullen blijven dromen. Zoals Cubs-fan Eddie Vedder van rockband Pearl Jam zingt: “Someday we go all the way.”. Tot die tijd blijft Wrigley volgens Berkman slechts “een plek voor mensen om naar toe te gaan en bier te drinken.” Sportcommentator Chip Caray zei dat toch iets mooier. “Wrigley, en in mindere mate Fenway, zijn de twee laatste plaatsen in de wereld waar je terug gaat naar vroeger en echt kunt doen waarvoor honkbal bedoeld is. En dat is de tijd voorbij laten gaan.”

Gepubliceerd in Fastball Magazine, nr. 1 februari 2014
Tekst © honkbalopzolder
Foto: The West End