Krabbel

image

Vlak voor iedere wedstrijd komt voor Mike Trout het moment dat hij alleen maar stiften en pennen ziet. De Angels-outfielder staat dan aan de rand van het veld en over het hek hangen fans hengelend met papier, foto’s, ballen en knuppels. Allemaal willen ze een handtekening van Mike.

Het hoort er bij als je de populairste honkballer bent in de Major League. Trout vindt het prima, maar niet iedere speler zit te wachten op die aandacht. Alex Rios negeerde na een galadiner eens een jongetje dat op hem af kwam rennen. Die middag had Alex vijf keer drie slag gekregen, was chagrijnig en had geen zin in supporters.

“Wees blij dat iemand jouw handtekening nog wil hebben”, riep een man. Rios vloekte, waarop omstanders hem waardeloos noemden. Scheldend stampte Alex naar zijn luxe mercedes. Een paar dagen later bood Rios nederig zijn excuses aan. Sorry, zo ben ik niet, ik had mij niet moeten laten gaan, het was een lange dag en nog een hele rij excuses die net zo zwak zijn als de brug stond open en de hond heeft mijn huiswerk opgegeten.

George Brett kon zich ook een keer niet inhouden bij een fan. Op een vliegveld herkende hij een man die hem vaak om een handtekening had gevraagd. Nou was dat op zich geen probleem, maar de man verkocht ze doodleuk op internet. “Dit is de laatste keer”, riep de oud-Royal. “Als ik je f****** ooit nog een keer zie dan schiet ik je in je f****** reet. Heb je dat begrepen?”

Brett zei later ook sorry. “Het was een slechte woordkeuze. Ik weet het, maar ik had er genoeg van. Die gast achtervolgt mij en ik was er helemaal klaar mee. Ik wist niet hoe ik hem anders kwijt moest raken.”

Shoeless Joe Jackson (1908-1920) zette zelden een handtekening. Hij was analfabeet en krabbelde meestal een kruisje. Alleen bij een contract of een cheque schreef hij voorzichtig zijn naam. Toch heeft hij een paar keer voor een fan iets opgekalkt en die zeldzame memorabilia zijn veel geld waard. Zijn bibberige handtekening op een bal bracht 78.000 dollar op en een verfrommeld papiertje met zijn krabbel toch nog 23.000 dollar.

Voor oud-coach Tommy Lasorda is het allemaal heel helder. “Geef altijd een handtekening als iemand het aan je vraagt.” Voormalig honkballer Rogers Hornsby zat op dezelfde lijn als Lasorda. Tijdens de Red Scare, een periode in de Koude Oorlog dat ze in Amerika doodsbang waren voor het communisme, de Cincinnati Reds hun naam tijdelijk veranderden in de Redlegs en willekeurige mensen werden beschuldigd van rode sympathieën, zei Horsnby het volgende: “Iedere honkballer die weigert een handtekening uit te delen aan kinderen is geen Amerikaan. Die is een communist.”

Hornsby zou Trout nooit een communist hebben genoemd. Mike neemt geduldig de tijd voor zijn fans en raakt nooit geïrriteerd. En dat is knap, want als je de beste bent laten ze je zelden met rust. Yankee Mickey Mantle wist dat als geen ander. “Als ik bij de hemelpoort sta zeggen ze sorry Mickey, je mag niet naar binnen, want je hebt te ruig geleefd. Maar wil je voor je weggaat nog even deze ballen tekenen voor Hem.”

Gepubliceerd op Sport Amerika
Tekst © honkbalopzolder
Foto: Boston Public Library
(Dizzy Dean deelt handtekeningen uit, 1937)