Dure plaatjes

image

Zo heel af en toe duikt er in Amerika nog wel eens een echte Honus Wagner op. De laatste keer was in 2008 toen aan de oostkust eentje ongekreukt, zonder kartels of krassen in een kelder van een strandhuis lag.

De vinder herkende hem direct. De legendarische kortestop keek kalm uit zijn ogen, zijn haar keurig in een middenscheiding en zijn shirt helemaal dichtgeknoopt. Heel duidelijk de originele Wagner-baseballcard van bijna honderd jaar oud uit de beroemde T206-serie.

Eind april ging het kartonnetje naar de veiling. Bieden kon vanaf honderdduizend dollar en 42 biedingen later werd de baseballcard afgehamerd op 1,32 miljoen.

Het plaatje is zo veel waard omdat Wagner wordt gezien als één van de beste kortestops aller tijden. Hij speelde tussen 1897 en 1917 voor de Louisville Colonels en de Pittsburgh Pirates. Daar timmerde Honus 3430 hits bij elkaar met een slaggemiddelde van .329.

The Flying Dutchman’ was in 1936 samen met iconen Babe Ruth en Ty Cobb één van de eerste vijf leden van de Hall of Fame. ‘Flying’ was goed gekozen als bijnaam, want Wagner vloog over de honken. ‘Dutchman’ klopte dan weer niet. Hij was zoon van Duitse immigranten. Wisten die Amerikanen veel.

Zijn klasse dreef de prijs van de baseballcard op, maar belangrijker nog is dat ze zo zeldzaam zijn. Fabrikant The Piedmont Tobacco Company ging vanaf 1909 honkbalplaatjes weggeven bij sigarettenpakjes. Enthousiast ging ook de card van Honus door de persen, maar na zo’n 150 stuks hield Wagner verdere productie tegen.

Kenners denken dat er nu nog zo’n zestig bestaan, waarvan de meesten van slechte kwaliteit. Een paar van die kaartjes werden wereldberoemd net als de ‘Oceanside Wagner’ van 1,32 miljoen.

Voor de ‘Gretzky Wagner’ is het meeste geld neergelegd. Het was het eerste gave Honus-plaatje dat via handelaren in de jaren tachtig ineens kwam bovendrijven. In 1991 werd hij naar veilinghuis  Sotheby’s gebracht en IJshockey-legende Wayne Gretzky betaalde voor de card maar liefst 450.000 dollar. Gretzky leende hem soms uit aan illusionist David Copperfield en die mocht daar dan wat trucjes mee doen.

Een paar veilingen en miljonairs later kwam hij in 2007 voor 2,8 miljoen in het bezit van Diamondbacks-eigenaar Ken Kendrick. Het plaatje is overigens controversieel, want één van de handelaren bekende dat hij lang geleden de rafelige randjes had bijgeknipt.

Dan is er de ‘All-Star-Cafe Wagner’. Acteur Charlie Sheen kocht een exemplaar voor 330.000 dollar, lijstte hem in en hing de card op in zijn favoriete café in New York.

Twee koks en een manager konden zich niet inhouden, pikten de baseballcard en spijkerden een kopie aan de muur. De valse Honus zat achter glas en aanvankelijk had niemand het door. Totdat het trio te hebberig werd en ook andere baseballcards die in de bar hingen probeerden te vervalsen. Dat deden ze zo slordig dat de FBI het snel doorhad. Sheen kreeg zijn Wagner terug en verkocht hem in 2009 voor bijna 400.000.

De ‘Jumbo Wagner’ is de grootste en ging in 2013 voor 2,1 miljoen onder de hamer. Een non liet de ‘Klooster Wagner’ na aan een Katholieke school voor zusters (220.000 dollar). En voor gewone stervelingen is een ‘Publieke Wagner’ te zien in de bibliotheek van New York en in het Metropolitan Art Museum.

Maar waarom deed Wagner eigenlijk moeilijk over de plaatjes? Heel lang werd gezegd dat hij een hekel had aan tabak en roken. Dat bleek onzin. Hij haatte sigaretten, maar hield van pruimtabak en stak af en toe een sigaar op.

Ook de theorie dat Wagner ontevreden was over het bedrag voor zijn portretrechten lijkt sterk.  Wagner gaf eigenlijk geen klap om geld. Zijn hoofd stond wel eens op een product, maar de sponsorcontracten konden hem weinig schelen. Hij deed met de meeste aanbiedingen helemaal niks.

Als een groot kledingbedrijf hem een paar uur in mooie kleren wilde hijsen, zei hij: “Nog voor geen miljoen per minuut.” Een lucratieve promotietour in Cuba? Doe maar niet. In ‘The Pittsburgh Gazette Times’ stond zelfs de kop: ‘Honus Wagner, Pittsburgh’s kortestop haat geld.’

Hij zag ook niks in het aanbod van de Piedmont Tabacco Company. Pirates-scorer John Gruber benaderde Wagner om zijn portretrechten te verkopen aan de tabaksfabrikant. Als het Gruber zou lukken zou hij tien dollar krijgen van Piedmont. Wagner schreef aan Gruber: ‘Dear John, ik wil mijn foto niet bij sigaretten, maar ik wil ook niet dat je je tien dollar misloopt. Dus hier heb je een cheque van 10 dollar.’

Piedmont was intussen stiekem toch begonnen met drukken en de meest waarschijnlijke verklaring dat Wagner de boel tegenhield kwam uiteindelijk van zijn kleindochter Leslie: “Hij wilde gewoon niet dat kinderen eerst sigaretten moesten kopen om zijn baseballcard te kunnen krijgen.”

Gepubliceerd in Fastball Magazine Juni 2015 (nr. 14)
Tekst © honkbalopzolder
Foto: …
(Veertig plaatjes van Honus Wagner)