Het honkbalhart van Montreal

image

Even, heel even, voor ongeveer een dag of twee kunnen de fans van de Montreal Expos weer terug naar vroeger, als eind maart de Toronto Blue Jays hun laatste Spring Training wedstrijden spelen in het Canadees Olympisch stadion. De betonnen kolos waar de Expos zelf zo lang honkbalden op het hoogste niveau.

Hoewel de Expos al tien jaar niet meer bestaan, droomt de aanhang al een tijdje van een terugkeer van Major League Baseball in hun stad. Die hoop kon je vorig jaar juli al voelen toen ruim zeshonderd mensen een wedstrijd bezochten tussen de Blue Jays en de Rays. De fans droegen authentieke shirts van de Canadese club, hadden een petje met de rood-wit-blauwe M op hun hoofd en zongen aan één stuk door ‘Let’s go Expos’. Aan de reling hingen foto’s van oud-spelers en spandoeken met teksten als ‘1994 Best team in Baseball’ en ‘Nos Amours’.

Het leek een goede grap, maar de Canadezen meenden het serieus. “We willen laten zien dat Montreal veel honkbalfans heeft en dat de sport hier nog altijd leeft”, zei Matthew Ross van supportersgroep ‘Expos Nation’. “Nu alleen nog hopen dat er een miljonair is die ons een keer ziet.”

Het is niet zo dat Montreal altijd evenveel van de sport heeft gehouden. Vooral niet toen het honkbalhart van de stad werd gebroken in het traumajaar 1994. Uitgerekend het seizoen dat de Expos bovenaan stonden en de grote favoriet waren voor de titel, besloten de MLB-spelers te staken vanwege ruzie over een salarisplafond. Bij de toeschouwers brak er iets toen de World Series werden afgelast. “De staking had effect op de hele stad en heeft honkbal zo goed als vernietigd in Montreal”, dacht derde honkman Sean Berry.

De Expos liepen dankzij de staking veel televisie-inkomsten mis en besloten in 1995 dat op te vangen met de verkoop van een aantal sterspelers. De één na de ander vertrok. “Alsof Montreal iedere dag een mes in zijn rug kreeg”, vond Berry.

De provincie Quebec liet de club ook nog eens vallen. De regering wilde geen nieuw stadion in het centrum, ook al zou dat de inwoners misschien opnieuw aan het team kunnen binden. Ze investeerden hun geld liever in Canada dan in ‘baantjes voor een paar dozijn Amerikanen’.

In een verouderd, uit elkaar vallend en lelijk stadion werkte een ondermaatse ploeg zijn wedstrijdjes af en bleven toeschouwers massaal weg. Alleen de diehard supporters bleven komen. “Het was alsof je naar het ziekenhuis ging om een geliefde te bezoeken die terminale kanker had”, beschreef een fan de sfeer.

In 2004 nam de MLB-leiding na 35 jaar de licentie af. “Iedereen huilde bij de laatste wedstrijd”, vertelde een fan. “Volwassen mannen stonden met tranen in hun ogen en kinderen hingen verdrietig op de schouder van hun vader.” Oud-Expo Pedro Martinez die later dat jaar feestvierde met de Boston Red Sox na het winnen van de World Series maakte een mooi gebaar. “Ik wil dit graag delen met de mensen van Montreal die nu geen team meer hebben”, zei hij terwijl hij ondertussen een fles champagne over zich heen kreeg. “Mijn hart en mijn kampioensring zijn bij hen.”

Eind maart kan Expos Nation laten zien dat de stad nog altijd een groot honkbalhart heeft als in Montreal de Blue Jays tegen de Mets spelen. Misschien dat Donald Sutherland dan ook even komt kijken. De Canadese acteur was een groot fan en zat iedere thuiswedstrijd op de tribunes. De ploeg heeft hem zelfs nog aan een rol in de Oscar-winnende film Ordinary People (1980) geholpen.

Op een avond verscheen op het scorebord de mededeling dat de acteur zijn agent moest bellen. Sutherland die voor zijn rust naar het honkbal ging en vooral niet gestoord wilde worden door zijn agent, hobbelde tussen een inning naar de telefoon. “Je moet Robert Redford bellen. Hij wil je hebben voor een film!”, schreeuwde zijn agent door de hoorn. “Zeg maar tegen Bob dat ik hem na de wedstrijd wel even terug bel”, zuchtte Sutherland. “Maar het is Robert Redford”, stamelde zijn agent nog. Montreal stond dik achter en de derde inning begon, dus Sutherland hing op en ging mopperend weer op zijn plaats zitten. De acteur zag vervolgens hoe de Expos sensationeel terugkwamen en het duel wonnen. “Blij ging ik naar beneden”, zei Sutherland. “En in een opgetogen bui belde ik mijn agent en zei: ‘kan mij niet schelen wat de deal is, ik doe die film!”

Gepubliceerd in Fastball Magazine, nr. 2 maart 2014
Tekst © honkbalopzolder
Foto: James_in_to
(Expos-fans in het stadion van de Toronto Blue Jays)