De coolste journalist van 2013

image

De prijs voor coolste honkbalverslaggever van 2013 kan alvast naar Trent Rosecrans. De reporter van de Cincinnati Enquirer bleef ijzig kalm bij een woede-uitbarsting van Brandon Phillips en handelde de kwestie ook nog eens discreet af.

Rosecrans kreeg vorige week vlak voor een wedstrijd tegen de Cardinals een woedende Phillips over zich heen. De tweede honkman van de Reds was boos over een tweet waarin de suggestie werd gewekt dat zijn On Base Percentage te laag was voor iemand die als tweede in de line-up slaat. In het kantoortje van Reds-coach Dusty Baker noemde Phillips de corpulente Rosecrans twee keer een dikke motherf***** en ging verder met: “Vette motherf*****. Ik word zo moe van al die negatieve shit die je over ons schrijft, dog.” Daarna volgde nog een gewone motherf***** en zei Phillips dreigend dat hij achter het twitteraccount van Rosecrans was gekomen en het nu klaar was. “Wow, hoeveel jaar heb je daar over gedaan?”, reageerde de journalist droog. “Gefeliciteerd.” Baker die al die tijd ongemakkelijk glimlachend achter zijn bureau zat richtte zich tot Rosecrans en zei: “Dit is tussen jou en hem.” Nee hoor, vond Rosecrans: “Het is tussen hem en hem.”

Cool blijven zoals Rosecrans werkt meestal goed tegen boze honkballers. Daar weet Hannah Storm alles van. Vlak voor game three van de World Series in 1995 stond zij met een paar andere reporters in de dug-out rustig te wachten op de spelers van de Indians. Totdat Albert Belle naar binnen beende. Hij begon vrijwel direct te schreeuwen: “Alle media ass***** get the f*** out!”. Angstig vluchtten de journalisten. Behalve Storm. Vijf minuten brulde hij tegen haar dat ze een bitch was en moest oprotten. Storm bleef kalm en Belle gaf het uiteindelijk maar op.

Hoewel kalm blijven een belangrijke les is voor sportjournalisten werkt het niet altijd. In 2005 wilde een woedende Kenny Rogers niet met zijn hoofd op televisie, duwde daarom twee cameramannen bruut omver en trapte een camera kapot.

Tegen een dolle Milton Bradley kun je ook weinig doen. De outfielder van de Rangers werd in 2008 razend toen hij tijdens een wedstrijd in de kleedkamers toevallig kritisch televisiecommentaar hoorde van Ryan Lefebvre. Witheet stormde Bradley naar het commentaarhokje, maar werd nog net op tijd tegengehouden door twee coaches die bovenop hem sprongen.

Rosecrans heeft inmiddels het incident rustig eigenhandig opgelost via twitter. Hij schreef dat hij en Phillips met elkaar hebben gesproken en ze beide excuses hebben gemaakt. “En we gaan weer verder.” Dat is knap, want niet iedere honkbalverslaggever kan ontspannen omgaan met onbeschofte of chagrijnige honkballers. David Hirshey wilde in de jaren zeventig een column schrijven over de muzikale kwaliteiten van Reggie Jackson. Hij had gehoord dat de Yankee er van droomde mee te mogen zingen met de soulband The O’Jays. Toen Hirshey vroeg of Reggie een melodietje paraat had, draaide de outfielder zich om, keek hem verveeld aan, trok een been omhoog, liet een scheet en zei: “Wat vind je van dit melodietje?” Kort daarna stopte Hirshey met de honkbaljournalistiek. Benieuwd wat Rosecrans had gedaan.

Gepubliceerd op Sport Amerika
Tekst © honkbalopzolder